Geschiedenis KOIV

Periode 1890 tot 1900

Thans willen wij u een overzicht geven van de gebeurtenissen van de laatste 10 jaar van de vorige eeuw. Zoals reeds in de vorige agenda vermeld, verscheen het eerste maandblad op 1 oktober 1888. Op 1 juli 1890 verschijnt een tweede tijdschrift: "Bulletin der Samenwerkende maatschappij van Bieënteelt van het kanton Leuven', met als ondertitel: "De Vrienden van de Bieën".
Vanaf 1894 was het ook in gans Vlaanderen verkrijgbaar onder de titel: "De Bieënvriend der samenwerkende maatschappijen van bieënteelt der provincie Brabant - Orgaan der vereniging van Bieëntelers der beide Vlaanderen".
1892. Karel DE KESEL , afkomstig uit Zomergem, verblijft enige tijd te Amougies en vestigt zich daarna te Brussel. Na rondzwevingen in het buitenland, ontwerpt hij een houten bijenkast: de "De Keselkast". Ze wordt later veel gebruikt, vooral in Zuid Oost-Vlaanderen. Deze kast werd vervaardigd in de timmerij van Felix PROVE te Idegem.
1893. Men rapporteert in België 200.000 volken. 1894. Op 1 januari 1894 werd de Belgische Syndicale Kamer voor Bieënteelt gesticht te Brussel. Op 21 januari 1894 komen de Vlaamse imkers samen te Gent, in het Huis van Commerce, op den Koornmarkt. Mien betaalt voor het eerst zitpenningen aan de afgevaardigden.
Onder leiding van het bestuur van de bond van Aalst en met medewerking van het Ministerie van Landbouw worden proeven gedaan met verschillende kaststelsels en korven. Dertien imkers uit het Vlaamse land, maar ook uit Wallonië brengen kasten en korven naar Aalst, waar ze zullen overwinteren. Over welke proeven ging het? (in het najaar)
- vergelijking tussen de verschillende kaststelsels en korven.
- vergelijking tussen de verschillende bijenrassen: inlandse, Krainische, Cypriotische en Palestijnse.
- Wintervoorraad bestaande uit: linde-, heide-, acacia-, wikke-, witte klaverhoning, honingdauw. - Tijdstip van het laatste broed.
Na de winter werden de kasten en korven nagezien op: droogheid, broedaanzet, voorraad oude honing, algemene toestand van de kolonies.
In 1894 werd voor het eerst door het Ministerie van Landbouw steun verleend aan de bijenteelt: 400 R. Dat jaar was er een tentoonstelling te Neusden tij Gent. Leergangen over bijenteelt werden ingericht te Aalst, Belsele, Kemzeke, Stekene en Geraardsbergen.
1895. Te Serskamp worden in het najaar proeven gedaan om bijen te overwinteren in kuilen onder de grond, kwestie dat ze koel staan en dus minder voer verbruiken.
1896. In de streek van Zuid Oost-Vlaanderen (Ninove, Denderhoutem, Okegem, Denderleeuw) worden veel sloren (koolzaad) gezaaid.
Het eerst Vlaams congres van bieëntelers had plaats te Herenthals, op 28 september 1896.
De Belgische Syndicale Kamer onderhandelde met het Ministerie van Landbouw om het volgende te bekomen: afschaffing van het accijnsrecht op honingazijn; onderwijs in de bijenteelt in de normaalscholen; kosteloos vervoer van de voortbrengselen van de bijen naar de markten.
Eén kg. honing kostte toen 2 fr zonder glas. 1 kg. waswafels waren 4,20 Fr waard; 1 koningin: 5,5 fr.
1897. Te Brussel wordt het eerste Internationaal congres gehouden (start van de Apimondiacongressen).
De jaarlijkse verdeling der voordrachten voor het Rijk waren als volgt: Vlaanderen 54, Wallonië 136. In die periode krijgen we reeds een ruim aanbod van koninginnen uit het buitenland: Italië, Oostenrijk en Zwitserland. Men beplant de spoorwegbermen met honinggevende planten.
25 april 1897 - Te Antwerpen heeft de eerste vergadering plaats tot oprichting van één "Vlaamschen Bieënbond".
Einde 19e eeuw zijn volgende plaatselijke bonden actief in Oost-Vlaanderen: Aalst, Gent, Ninove, Aspelare, Geraardsbergen en Etikove.